‘Kinderen vatten de energie van de muziek meteen.’ – Frank Vaganée

Tussen aanhalingstekens

Niets zo gevaarlijk als een sappig citaat. Voor je het weet, verschijnt je terloopse opmerking op borduursels en in dikke bundels tussen de spreekwoorden en adagia. Of nog erger, bovenaan een artikel. Voor onze interviewreeks Tussen aanhalingstekens krijgt saxofonist Frank Vaganée vijf citaten voorgeschoteld van bekende musici of muziekkenners.

ah-0101—Kan u zich daarin herkennen?
Het is inderdaad hard werken, ploeteren zelfs. Het is bij mij niet zo dat ik een compositie helemaal in mijn hoofd heb. Voor BOOM-BOOM heb ik me eerst verdiept in het verhaal, in de personages en hun karaktertrekken. Van daaruit ben ik melodieën gaan zoeken die goed ‘plakken’ op de figuren en de gebeurtenissen. Eerst gebeurt het componeren, later het orkestreren. Het componeren is telkens opnieuw beginnen, schrappen en herbeginnen. Ik doe mijn best om minder te zwoegen en van het kleinste idee toch iets te maken. Of ik laat een schets even liggen om die later te hernemen. Het gaat van de ene naar de andere noot, stapsgewijs. Elke nieuwe kleur, elke energie in een zin stuwt de compositie naar de volgende zin. Het is uren werk en die inspanning is onbetaalbaar. Zeker in de laatste weken van repetities en uitvoeringen kan het oplopen naar twaalf uur werken per dag. Ik ben iemand die na de generale repetitie en de eerste voorstelling blijft herwerken. Ik raak niet meer aan de grote lijnen, maar ik schaaf aan de details. Een lijn die ik voor de trompet had voorzien, verhuis ik naar een ander instrument om een effect dat ik voor ogen had, beter uit te buiten. Of ik schrijf er nog een stem bij.

U bent vertrouwd met arrangeren, ook als docent. En toch zorgen uw eigen arrangementen voor verrassingen?
Zeker in deze productie met een aparte opstelling kan het anders uitdraaien dan ik had voorzien. Aan het Brussels Jazz Orchestra is nog een strijkkwintet van deFilharmonie toegevoegd. Ik moet er ook op toezien dat acteur Dimitri Leue alle ruimte krijgt. Zijn tekst mag niet overschaduwd zijn door de muziek. Onder bepaalde passages moet er enkel een muzikaal tapijtje zijn, maar het mag niet te vrijblijvend klinken.
Ik haal daarvoor inspiratie uit de grote voorbeelden in de muziekliteratuur. Ik bestudeer op dit moment de strijkkwintetten van Johannes Brahms, met opname en partituur bij de hand. Ik analyseer hoe hij het aanpakt. In een bepaalde tessituur is de klank van de strijkers dwingender, maar in een lager register laten de instrumenten meer ruimte aan iets anders, zoals in dit geval de tekst van Dimitri Leue.

ah-0202—Robin Verheyen deed deze uitspraak naar aanleiding van zijn remake van het Musikalisches Opfer en zijn liefde voor Bach. Hoe diep nestelen uw helden zich in uw composities?Ik leer absoluut van mijn helden, maar ik word het felste aangetrokken door muzikanten waar ik zelf het meeste kan uithalen. Er is evengoed muziek die interessant is, maar die je snel links laat liggen. Daarnaast zijn er muzikanten van wie je bij een eerste beluistering helemaal weg bent. Toen ik zelf saxofoon studeerde, kon ik obsessief de muziek van een persoon bestuderen. Je kan vier of vijf jaar inspiratie putten uit zo iemand. Ik zeg het ook aan mijn studenten: als je jong bent, mag je je helemaal focussen op die idolen. Later is het belangrijk om je horizon te verruimen en verschillende invloeden toe te laten.

Zijn er figuren die u recent inspireerden?
Het gaat nu niet meer om mensen die hun instrument fantastisch bespelen. Ik ga op zoek naar een straffe persoonlijkheid of iemand die op het podium een statement kan maken. Of ik word getroffen door de manier waarop een artiest zijn publiek meteen bij het nekvel grijpt. Die instante klik is voor mij belangrijker dan een cerebrale benadering. Iemand met zo’n frisse insteek is trompettist Ibrahim Maalouf. Het is een Fransman met Libanese roots die de muziek uit zijn jeugd binnenbrengt in de jazz. Hij speelt fantastisch trompet, maar heeft ook instrumenten waarop je kwarttonen kan spelen om de aparte gevoeligheden van die Arabische muziek te integreren. Zo iemand voegt nog iets toe aan alles wat al is gezegd en gespeeld.

De muziek die u nu componeert voor BOOM-BOOM is bedoeld voor een kinderpubliek. Past u het idioom van de compositie daaraan aan?
Ik heb me voorgenomen om me daar niets van aan te trekken. Ik ga me niet toeleggen op het schrijven van kinderliedjes. Gewoon goede muziek schrijven die aanspreekt, zoals steeds voor het Brussels Jazz Orchestra. Kinderen staan sowieso open. Dat ze onbevooroordeeld luisteren, hebben we ervaren met de ‘Eersteklasconcerten’ die Musica organiseert. Ik sta dan altijd versteld: we spelen wat we willen en de kinderen zijn echt mee. Misschien begrijpen ze nog niet alles wat ze horen, maar ze vatten de energie van de muziek. Trouwens, ook doorwinterde jazzliefhebbers moeten niet steeds alles begrijpen om het te kunnen appreciëren.

ah-03a03—
Ook bij het Brussels Jazz Orchestra hebben we arrangeurs in wie we een blind vertrouwen hebben. Ze kennen het orkest vanbinnen en vanbuiten. Ze weten tot welke sound we samen in staat zijn en ook wat de individuele troeven van de muzikanten zijn. Bert Joris is zo iemand: hij heeft nooit deel uitgemaakt van het orkest, maar hij denkt al sinds bijna 25 jaar artistiek mee en schrijft composities. Hij kan een lijn schrijven die geënt is op het temperament en de klankkleur van een van onze muzikanten. Pianist en componist Michel Herr is nog zo iemand. Er zijn spelers in het orkest die gaandeweg meer zijn gaan arrangeren, zoals saxofonist Dieter Limbourg of trompettist Pierre Drevet die Les Valses nobles et sentimentales van Maurice Ravel herwerkte voor big band. Of we geven jonge mensen een kans. Je moet dan het risico incalculeren: als ze met iets afkomen dat toch niet het verhoopte niveau heeft, moeten we een alternatief plan hebben.ah-03b

ah-0404—Hoe zou u de discipline in het Brussels Jazz Orchestra omschrijven? Lijkt het op het groepsgevoel in een symfonisch orkest?
In zo’n big band moet je de ambitie om solist te zijn opzij kunnen zetten. Onze muzikanten spelen naast het Brussels Jazz Orchestra in allerlei andere settings, trio’s en andere bezettingen. Maar in big band moet je je inpassen in het ensemble en ook nog eens binnen je eigen instrumentsectie. Als we nieuwe mensen bij het orkest vragen, moeten we daar rekening mee houden: hebben ze wel de juiste instelling om bij ons te spelen? Zoals een sterviolist die zich voluit kan geven in een soloconcerto vooraan op het podium, maar misschien niet kan functioneren als orkestmuzikant. Een individuele muzikant die een persoonlijke intonatie heeft of een heel eigen stijl kan een troef zijn, maar om in een big band te spelen moet je kleur kunnen mengen met de rest van de groep. Met elke persoon die erbij komt in een ensemble, vermindert de individuele vrijheid. Dat zal in een symfonisch orkest niet anders zijn. Het is een harnas waar je inzit. We proberen iedereen solomomenten te geven: dat is de kers op de taart. Naast het strakke ensemblewerk is er ruimte voor solistische kwaliteiten. Het heeft geen zin om een goed orkest te zijn als het bij de solo’s als een pudding in elkaar zakt.

ah-0505—Straks bestaat het Brussels Jazz Orchestra 25 jaar. Wat is de meest markante verandering in die periode?
We zitten op een kantelpunt. We blijven onze core business verdedigen: dat is jazzmuziek voor groot ensemble. Maar tegelijk willen we op de kar springen van nieuwe muzikale ontwikkelingen en de dialoog aangaan met andere disciplines. Anders ben je op de duur niet meer relevant. Binnenkort komt er een programma met muziek van jazzgitarist Peter Hertmans op gedichten van zijn broer Stefan Hertmans. Daarnaast spelen we een bigbandprogramma met muziek van Jacques Brel. Onlangs hebben we samengewerkt met jonge Brusselse rappers, dat is een venster op de wereld van nu. We willen inpikken op de smaak van jonge mensen, maar tegelijk moeten we er ons eigen artistiek ei in kwijtraken.
En dit programma samen met deFilharmonie sluit daar goed bij aan. Het verhaal van Dimitri Leue alludeert op de problemen van vandaag, het blijft niet enkel bij bomen en eekhoorns. Het is een metafoor voor de problematiek van vluchtelingen en andere heikele thema’s. Alleszins een inspirerende tekst. VR

Zo 30.04.2017 — 11:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Zo 30.04.2017 — 16:00
Muziekcentrum De Bijloke, Gent
Brussels Jazz Orchestra & strijkkwintet van
deFilharmonie o.l.v. Frank Vaganée
Dimitri Leue spel & tekst
BOOM-BOOM (KIDconcert op jazzmuziek)
Tickets vanaf €12
infotickets

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s