Eau de Musique

Muzikale wateren doorheen de geschiedenis

rfp1827_335x220_11Water en tijd, muziek en tijd, muziek en water. Onze perceptie, gegrond in lichamelijke beweging, zorgt ervoor dat we deze drie gegevens met gemak als een metafoor voor elkaar kunnen zien. Al in de Oudheid vergeleek Heraclitus de tijd met een stroom: ‘alles stroomt, niets blijft.’ (‘Panta rhei, ouden menei.’) We kunnen van muziek, de tijdskunst bij uitstek, het gevoel hebben dat ze stroomt, net zoals de tijd volgens ons metaforisch woordgebruik kan stromen. Naargelang ons subjectieve aanvoelen van ’s levens temporele dimensie kan muziek zo de vorm aannemen van zeeën, rivieren, meren: de enorme, verraderlijke watermassa’s van zeeën en oceanen kunnen symbool staan voor het ongrijpbare van de kosmische tijd. De rivier, die een grillig parcours van begin- naar eindpunt trekt, zou de geschiedkundige tijdslijn van de mensheid kunnen voorstellen. Het stille oppervlak van een ingesloten meer bevriest de tijd tot een tijdloos moment en een duik onder dat oppervlak openbaart een mythische wereld ‘buiten de tijd’.

Dankzij een vakkundige componeerpen lieten diverse componisten, de Franse impressionisten voorop, dergelijk metaforisch denken de vrije loop. Ze vingen daarmee twee vliegen in één klap: niet alleen lijkt hun muziek de diverse verschijningsvormen van water te kunnen overnemen, ze brengt de luisteraar ook tot een heel ander tijdsbesef. We doen graag een greep uit het uitgebreide aanbod. In de ouverture ‘Die Hebriden’ lijkt Mendelssohn ons gezichtspunt te voeren van de ene uithoek in een onmetelijk landschap naar de andere, terwijl een mysterieuze begrensdheid ons bevangen doet voelen. De muziek verbeeldt Mendelssohns impressies van zijn bezoek aan Fingal’s Cave, een grot op het eiland Staffa ten westen van Schotland.

Verder schreven Frank Bridge en diens leerling Benjamin Britten, beiden geboren in Engelse kuststeden, respectievelijk The Sea en Four Sea Interludes. The Sea zag het levenslicht in 1911 in het kuststadje Eastbourne, dezelfde locatie waar Debussy zes jaar eerder de zee evoceerde in La mer. De Four Sea Interludes fungeerden oorspronkelijk als scènewissels in de opera Peter Grimes. Plafond- en bodemloze tonen lijken de decors eigenhandig te verrollen. Tegelijk slaat op deze dreigende toon het morele kompas van de visser Peter Grimes en zijn dorpsgenoten volledig in verwarring. Inderdaad voorspelt de muziek niet veel goeds.

Zeeën doen het overigens goed in symfonieën. Zo is er A Sea Symphony van Ralph Vaughan Williams en de symfonie ‘Océan’ van Anton Rubinstein. Voor bronnen en fonteinen suggereren we graag La source van de Belgische componist Armand Marsick en Respighi’s Fontane di Roma. Een categorie apart vormen dan weer de werken die geïnspireerd zijn door rivieren: Strauss wijdde een wals-compositie aan de Donau (An der schönen blauen Donau), Smetana vereeuwigde de Moldau in zijn cyclus Mijn Vaderland en Moessorgski opende zijn opera Chovansjtsjina met het ‘Ochtendgloren over de Moskvarivier’.

Op de lijst met getoonzette rivieren prijkt ook de Rijn, die als ‘taak’ had de meer dan vijftien uur durende cyclus Der Ring des Nibelungen van Wagner te openen. Dat doet de rivier – althans haar muzikale verschijning – door vanuit de diepte diverse instrumenten te laten opstijgen en één na één met elkaar te verstrengelen. Zo zwelt het orkest aan op een wel vier minuten durend tonica-akkoord. Over het algemeen is de muziek van Wagner met haar oneindige melodieën een voortstromend, rusteloos gegeven dat zich heel goed laat vergelijken met een donkere watermassa. Dat besefte Wagner zelf ook: hij omschreef zijn behandeling van de harmonische dimensie in zijn muziek als de ‘zee van harmonie’. Toonsoortveranderingen duiken daarbij onverhoeds vanuit de diepte op zonder zichzelf openlijk aan te kondigen. Daardoor gaat de muziek onverbiddelijk ergens heen, maar is het nooit duidelijk waarheen. Voeg daarbij de enorme dimensies van Wagners composities en je krijgt de indruk van een mythische tijd, gestuurd door bovennatuurlijke krachten die het menselijke lot bepalen.

De Franse Wagnerfan Edouard Schuré raakte niet alleen in de ban van de symboliek van Wagners muziek, maar meende ook dat muziek in het algemeen het symbolisme vertegenwoordigde, en wel via een watergerelateerde metafoor: ‘[in muziek vinden we] het ebben en wegebben van een vloeibaar element, voortdurend in beweging en verandering, een oneindigheid aan mogelijke vormen bevattend. In de ondoordringbare nachtelijke duisternis waarin de muziek ons onderdompelt, voelen we duidelijk de trillingen van het leven, al is het onmogelijk om ook maar iets te zien of te onderscheiden. […] Toch, terwijl het uiterlijke van de dingen vervaagt, wordt hun innerlijke in een wonderlijk licht geopenbaard.’ Het kan als motto gelden voor de Franse impressionistische componisten, in het bijzonder Debussy. Uit zijn muziek spreekt een aanvaarden van de dingen in hun oneindige mysterieusheid en hun – paradoxaal genoeg – onverschilligheid voor menselijke vormgeving.

Van Wagners ‘zee van harmonie’ is bij Debussy nochtans geen sprake. De kleverige chromatiek en donkere watermassa’s evaporeren dankzij het gebruik van alternatieve toonladders en pedaaltonen. Zo laat het klankresultaat in La mer zich omschrijven als schimmige penseelstreken, ergens tussen water en wind in. Inderdaad, de link met de schilderkunst werd ons misschien ingelepeld door kunsthistorici, het is moeilijk om niet meteen te denken aan dat iconische schilderij van Claude Monet, ‘Impression, soleil levant’. Debussy bereikt met zijn muziek dezelfde effecten van spontaniteit, dezelfde subtiliteiten qua kleur en textuur.

In de korte pianowerken van Debussy en van zijn jongere collega Ravel wordt duidelijk hoe de Franse impressionistische muziek ondanks haar bewegende oppervlak, net als de schilderkunst, niet doorheen de tijd lijkt te bewegen. Was het bij Wagner onvoorspelbaar waar de harmonieën naartoe zouden gaan, bij Debussy leidden ze vaak nergens heen: in bijvoorbeeld ‘Des pas sur la neige’ wordt muziek in meerdere betekenissen een bevroren tijdskunst. Ook Ravels puur zintuiglijke pareltjes laten ons sporen van beschaving horen in een vreemde, onbewoonde wereld, denken we maar aan Une barque sur l’océan en Jeux d’eau.

Dan voert de tijd ons tot vandaag. Wim Henderickx componeerde in 2016 zijn tweede symfonie en schrijft daarover: ‘Deze symfonie gaat over het grootse, het ongrijpbare, het bovennatuurlijke. Aquarius’ Dream verwijst naar de hoop en de mens die zich richt naar de toekomst.’ We kunnen vooralsnog alleen maar vermoeden op welke magische manier de tijd doorheen zijn symfonie zal stromen. SVA

De eerste wereldcreatie in de nieuwe Elisabethzaal

Meerdere keren per seizoen kiest deFilharmonie resoluut voor hedendaagse klassieke muziek en neemt het de luisteraar mee op een muzikale ontdekkingstocht. Als ‘artist in residence’ van deFilharmonie krijgt de Antwerpse componist Wim Henderickx de eer om voor de eerste wereldcreatie in de nieuwe Koningin Elisabethzaal te zorgen.

Aquarius’ Dream gaat over het grootse, het ongrijpbare, het bovennatuurlijke. De titel verwijst naar de hoop en de mens die zich richt naar de toekomst. Deze omvangrijke symfonie is geïnspireerd op de hemellichamen en verwijst ook naar de relatie van de mens tot het goddelijke, de kosmos en verder. Aquarius’ Dream bestaat uit drie grote delen met daartussen telkens een op de droom geïnspireerd interludium. De titel van het werk is ook de titel van het derde en laatste deel. Sopraan Claron McFadden staat solo tegenover het symfonische orkest van deFilharmonie. De elektronica van Jorrit Tamminga fungeert als aanvulling én als tegenspeler van het orkest. Met zijn tweede symfonie wil Wim Henderickx, net als in zijn Symphony N°1, de grote symfonische vorm van het verleden verzoenen met een hedendaagse invulling ervan. Door de enscenering, de ruimtelijke opstelling van het orkest en de elektronica (met, naast de muziekpartituur, ook een lichtpartituur van de hand van de componist) zal het publiek worden ondergedompeld in een brede zintuiglijke ervaring van klank, tijd en ruimte.


Za 18.03.2017 — 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Thierry Fischer dirigent
Claron McFadden sopraan
Jorrit Tamminga electronics
Luigi De Angelis visual concept & lighting design
Sergio Policicchio visual concept & lighting design i.s.m. Muziektheater Transparant
Wagner Intrede van de goden in Walhalla (uit: Das Rheingold)
Debussy La mer (trois esquisses symphoniques)
Henderickx Symfonie nr. 2, ‘Aquarius’ Dream’ (wereldcreatie)
Tickets vanaf €25
infotickets

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s