De uitdagingen van een ‘melting pot’

Edo de Waart zegt Antwerpen (nog geen) vaarwel

edo-1Edo de Waart sloot op het einde van het vorige seizoen zijn periode als chef-dirigent bij deFilharmonie af, het meest recente grote verhaal uit zijn carrière. Maar uitbollen zit er voorlopig nog niet in. Het New Zealand Symphony Orchestra haalde hem binnen, hij staat op de bok in Milwaukee en ook Antwerpen lonkt uiteraard nog steeds. Zeker nu de nieuwe Koningin Elisabethzaal de deuren heeft geopend. ‘Ik blijf gewoon doorgaan tot mijn echtgenote aan de alarmbel trekt.’

Hoe was het orkest eraan toe toen u vijf jaar geleden aan uw opdracht begon?
deFilharmonie was onder Jaap van Zweden, mijn voorganger, eigenlijk heel goed bezig. Maar Jaap werkte maar vier à vijf weken per jaar met het orkest. Op die manier kan je niet echt een stempel drukken. En dat was dus ook het probleem: het orkest had een heel goede basis, maar geen duidelijke artistieke identiteit. Als je twaalf weken per jaar met een orkest kan werken, dan heb je veel meer impact. Dat had het orkest echt nodig. Tegelijk was en is deFilharmonie een heel diverse groep. De muzikanten komen uit verschillende landen en conservatoria met telkens heel andere speelculturen. Dat was dan meteen ook de vraag: hoe kan je die ‘melting pot’ echt laten versmelten? In die zin was deFilharmonie de meest uitdagende baan uit mijn carrière. Telkens als ik na een lange periode weer voor het orkest stond, duurde het zeker een week voor het weer klonk zoals ik het had achtergelaten. Nu ja, wat dat betreft is er eigenlijk niets nieuws onder de zon. Het verhaal gaat dat zelfs Willem Mengelberg, toen hij in New York dirigeerde, zich beklaagde over hoe het orkest klonk na een periode met… Toscanini – kan je je inbeelden! Maar goed, het was toch wel wat knokken soms. Voor mij gaat het dan altijd opnieuw over de basis: klank, dynamiek, frasering, adem, intonatie, samen aanzetten, samen afsluiten.

Tijdens uw periode als chef-dirigent lag de focus op het laatromantische repertoire. Vanwaar die keuze?
Dat was ten dele een pragmatische keuze. Op mijn allereerste concert met dit orkest speelden we muziek van John Adams en Igor Stravinski. Dat was een heel mooi concert en een bijzonder fijne samenwerking met de muzikanten: we hebben toen uitstekend gemusiceerd. Maar toen was deSingel slechts voor een derde gevuld en dat was natuurlijk toonaangevend: met hedendaags repertoire krijg je niet genoeg zetels verkocht om een orkest te runnen. Er bestaan natuurlijk uitzonderingen. Kijk maar naar wat Esa-Pekka Salonen voor elkaar kreeg in Los Angeles. Maar hij deed dat in een miljoenenstad, met een heel groot potentieel publiek: dat is toch een ander uitgangspunt. Hedendaags repertoire is ook niet echt geschikt om het niveau van een orkest verder op te krikken. Je hangt dan teveel vast aan de moeilijkheden van de muziek zelf. Dus werd het laatromantiek: het repertoire dat mij zelf ook het beste ligt, muziek die tegen een stootje kan en waar het publiek ook van houdt. Ik vond het heerlijk om te doen en het orkest speelde het graag. Daar kwamen we elkaar tegen.

U hebt al een lange carrière achter de rug. Hoe hebt u de situatie van symfonieorkesten zien evolueren?
Natuurlijk zegt elke oudere generatie dat het vroeger beter was. Maar eigenlijk kan je vandaag niet anders dan concluderen dat de orkestcultuur er de afgelopen decennia erg op achteruit is gegaan. Jammer genoeg. Toen ik begon te dirigeren waren er in Nederland achttien orkesten. Vandaag zijn dat er nog maar acht. Dat op zich zou nog geen drama hoeven te zijn, als die acht orkesten die overblijven ten minste de middelen krijgen om te functioneren zoals het hoort. Maar dat is niet het geval en dat stemt me bijzonder triest. Het is heel vermoeiend als je als dirigent van een orkest elke keer opnieuw moet bewijzen dat je bestaansrecht hebt. Dat is zo frustrerend, voor iedereen die in het orkestwezen zit: waarom moet er telkens nog een laagje vanaf geschaafd worden? Je speelt op de duur met zoveel vervangers dat het haast onbegonnen werk lijkt om nog tot een homogene klank te komen. Zo arm zijn we in deze landen toch niet? 250 jaar culturele geschiedenis zit er in zo een orkest: is dat niet de moeite om voor te vechten? Het is een internationaal probleem, maar de manier waarop men ermee omgaat verschilt. In de Verenigde Staten zijn er sinds de crisis ook heel wat orkesten onderuitgegaan, maar de orkesten die overbleven, hebben wel genoeg middelen om een volledige strijkersgroep bij elkaar te auditeren. Dat heb je nodig: een duurzame financiering, een duurzame bezetting en een dirigent die lang genoeg met die groep kan en wil werken.

U trok sterpianist Radu Lupu aan, maar die moest dit voorjaar op het laatste moment verstek geven door gezondheidsproblemen. Raakte u dat?edo-2
Radu en ik hebben vroeger heel veel samen gemusiceerd. Ik had hem al eens eerder (in 2013, red.) uitgenodigd om samen met ons te concerteren en toen ging alles goed. Maar dit voorjaar liep het fout. Ik mag hem ontzettend graag, hij is zo een fantastische musicus. Ik probeerde hem aan te porren, hem achter die piano te krijgen, maar toen zei hij opeens: nee, ik kan het echt niet meer. Hij is een compromisloos musicus. Als hij vindt dat het niet meer gaat, dan doet hij het niet. Dat was voor mij heel confronterend. Het deed me beseffen dat ik zelf op een bepaald moment ook voor zo een keuze kom te staan: als mijn oren het laten afweten, of als ik onbewogen blijf bij wat ik sta te dirigeren. Ik hoop dat ik dan evenveel wijsheid heb. Maar zover is het gelukkig nog lang niet: als ik voor het orkest sta, voel ik nog steeds die grote liefde, dat enthousiasme. En ouder worden heeft ook voordelen. Ik hoef nu niets meer te doen dat ik niet wil. Middelmatige muziek kan ik rustig overlaten aan anderen, dat heb ik niet meer nodig.

Wat was voor u het spannendste moment met deFilharmonie?
Eigenlijk zijn er vooral heel veel mooie momenten geweest. Maar als ik er dan toch één spannend moment moet uitkiezen, dan zal dat wel de uitvoering van Strauss’ Der Rosenkavalier zijn geweest op de Strauss Happening in deSingel. We speelden de muziek als begeleiding bij een stomme film en dan moet je natuurlijk zorgen dat de muziek gelijk blijft lopen met het beeld. Dat was behoorlijk complex. Ik heb toen de gekste dingen moeten uithalen om die film bij te houden. Zo een uitdaging vind ik altijd wel leuk, maar toen heeft het me toch een paar maanden van mijn leven gekost (lacht) .    

‘Ik kijk er heel erg naar uit om hier telkens een paar weken per jaar te zijn en dan te kijken hoe het verder gaat met dit orkest – zeker in de nieuwe zaal.’

Wat brengt de toekomst nog?
In Nieuw-Zeeland heb ik een ontzettend leuke baan als muziekdirecteur, waar ik heel direct betrokken wordt bij alles wat er gebeurt. Dat probeer ik te doen zolang ik voel dat het gaat. Op dezelfde manier kijk ik er heel erg naar uit om ook hier telkens een paar weken per jaar te zijn en dan te kijken hoe het verder gaat met dit orkest – zeker in de nieuwe zaal. Weet je, mijn mooiste herinnering uit deze periode van vijf jaar was het concert in het Concertgebouw in Amsterdam. Op dat moment hoorde je hoe goed dit orkest kan klinken in een echt goede zaal. In die zin is de komende periode uiterst belangrijk: die nieuwe zaal is de ultieme kans. Dit is ook het moment om artistiek te investeren, je moet bouwen aan een orkest dat die zaal blijvend aankan. Als het nodig is, wil ik dat wel eens aan de minister komen uitleggen hoor (lacht). AP

‘BRUG MET HET VERLEDEN’
Concertmeester Wouter Vossen over Edo de Waart
Net als alle Nederlandse muzikanten van mijn generatie ben ik zowat opgegroeid met Edo’s concerten. Samen met Bernhard Haitink en Hans Vonk was hij voor ons een van de grote drie. Om dan samen met hem het podium te mogen delen, dat heeft voor mij altijd een bijzondere lading gehad. Voor mij is hij een soort brug met het verleden. Omdat hij zo jong begonnen is met dirigeren, heeft hij nog heel wat grootheden zoals Leonard Bernstein persoonlijk gekend. En nu is hij degene die al die ervaringen doorgeeft aan weer een jongere generatie.
‘Speel nu maar gewoon wat er staat, dan komen we al een heel eind.’ Dat is een uitspraak die hem erg typeert. Gewoon de partituur volgen en dan vanuit die partituur het verhaal vertellen: geen rare fratsen, geen show. Ik heb Edo leren kennen als een integer man. Heel bescheiden ook, wars van alle toeters en bellen. Zo maakt hij muziek en zo is hij ook naast de scène. Hij heeft ook een typisch Hollands gevoel voor humor. Soms moet ik zijn grapjes uitleggen aan mijn Belgische collega’s.
Voor mij blinkt hij het meeste uit in het Duitse, laatromantische repertoire. We hebben een Wagnerprogramma gespeeld waar ik prachtige herinneringen aan heb. En als ik een verzoekje mag doen: het lijkt me heerlijk om samen met hem de Vier letzte Lieder van Strauss te mogen doen. Het is een nogal beruchte partituur, maar ik ben er zeker van dat het voor hem geen enkel probleem is.

‘ALTIJD TO THE POINT’
Fluitist Aldo Baerten over Edo de Waart
Ik heb heel graag samengewerkt met Edo de Waart. Het was voor mij een eer om het podium te mogen delen met iemand die al zo een lange carrière achter de rug heeft en heeft samengewerkt met de allerbeste orkesten ter wereld. Zo is hij vandaag nog steeds te gast bij het Chicago Symphony, dat zegt toch wel wat.
Edo heeft een mooie, heel precieze slagtechniek. Dat is een zegen voor muzikanten. Hij werkt ook altijd heel nauwkeurig en to the point. Naar mijn aanvoelen heeft hij het orkest echt naar een hoger niveau getild: een meer gepolijste klank, homogeen en flexibel, met veel kleuren, zonder dat het te hard wordt. Ook de balans binnen het orkest zit nu beter.
Na een optreden met het Vioolconcerto van Stravinski was ik zelf ontevreden over hoe we met de blazers hadden gespeeld. Ik zocht Edo daarover op na het concert en toen lachte hij: ‘Don’t worry, it’s not brain surgery.’ Zo een uitspraak typeert hem helemaal. Hij is veeleisend en weet perfect wat hij wil, maar een fout is snel vergeven. Na een optreden straalt hij vooral vriendelijkheid en lof uit.
Er waren heel wat mooie momenten. Ik heb heel goede herinneringen aan de Derde symfonie van Mahler. Maar ook het eerste concert met Edo, waarop we muziek van John Adams speelden, vergeet ik nooit meer. Helemaal onvergetelijk was de grote Strauss Happening in de Singel en dan vooral de stomme film: toen heeft Edo bewezen dat hij onder alle omstandigheden het hoofd koel kan houden.

Categorieën:Interview

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s