Bouwmeesters in geluid

Eind januari plaatst Steffens de kathedralen grandeur van Bruckner naast de architectonische radicaliteit van Bartók.

bartokbrucknerIets ‘licht speelbaars’ zou hij componeren. Toen Bartók midden jaren 1930 de opdracht kreeg om een nieuw stuk te schrijven voor strijkorkest, had hij eerst iets leuk en simpel op het oog. Uiteindelijk leverde hij met Muziek voor strijkers, slagwerk en celesta een van de onbetwiste meesterwerken uit de muziekgeschiedenis af. Na de intrigerende sluipklanken en opzwepende folkloreritmes van Bartók wendt dirigent Karl-Heinz Steffens zijn talent aan op romantische orkestmuziek, in de gedaante van Bruckners heerlijk zangerige Derde symfonie .

Voor Johann Wolfgang von Goethe was architectuur niks minder dan ‘bevroren muziek’. Draai zijn beroemde vergelijking om, en muziek wordt ‘vloeibare architectuur’. De verwantschap tussen beide kunstvormen is nu eenmaal groot: alle twee worden ze getypeerd door ritme, proportie en harmonie. Precies die parameters treft dirigent Karl-Heinz Steffens aan in de orkestmuziek van Anton Bruckner en Béla Bartók: twee componisten die je niet vaak op hetzelfde programma ziet staan. Eind januari plaatst de Duitse dirigent, ex-klarinettist van de Berliner Philharmoniker, de kathedralen grandeur van Bruckner naast de architectonische radicaliteit van Bartók.

‘Mensen geloven vaak dat je dirigent wil worden om te domineren en om in de kijker te staan’, vertelde Steffens eens naar aanleiding van zijn dirigentencarrière. ‘Daar gaat het mij niet om. Ik vind het fascinerend om samen met individuele stemmen een symfonie op te trekken en te zien hoe diverse elementen samen één constructie vormen.’ Als kersverse chef van de Noorse Opera in Oslo – het fameuze marmerwitte operahuis dat als een ijsberg oprijst uit het water – kan Steffens de symbiose van excellente architectuur en uitmuntende muziek wel smaken. Voor zijn debuut bij deFilharmonie koos hij twee totaal verschillende werken uit, die op architecturaal vlak interessante gelijkenissen vertonen.    

Voor de ene helft van zijn uitgewogen concertprogramma selecteerde Steffens een meesterwerk van de twintigste eeuw. Béla Bartók schreef zijn Muziek voor snaren, slagwerk en celesta in 1936, op vraag van de Zwitserse dirigent Paul Sacher. Het resultaat was een curieus, maar razend inventief stuk, waarin de componist de ruimtelijke dimensie van muziek op de proef nam. In de opstelling van het orkest dreef hij de spanning tussen de strijkers op door deze onder te verdelen in twee groepen, die elk een kant van het podium innemen. In het midden plaatste hij een celesta en een batterij slagwerk, waartoe hij ook een piano rekende. Deze bijzondere opstelling liet Bartók toe vernieuwende (door de barokke concerto grosso’s geïnspireerde) dialogen door te voeren, en een origineel ruimtelijk klankeffect te bereiken. Ook muzikaal zorgde hij voor een uitgekiende geluidsarchitectuur: in het eerste deel zorgt hij voor een verfijnde en graduele opeenstapeling van de hoofdmelodie, waardoor de muziek hoorbaar naar een hoogtepunt rijst. In het laatste deel laat hij zijn folkloristische roots horen, door de diverse instrumentengroepen om elkaar heen te laten dansen, waardoor het lijkt alsof het metselwerk van deze muziek steeds opnieuw herschikt wordt.

Ook de muziek van Anton Bruckner, wiens Derde symfonie de tweede helft van Steffens programma inneemt, heeft architecturale kwaliteiten. Hoewel geen enkele van zijn symfonieën een expliciet religieuze inslag heeft, worden ze vaak – en terecht – omschreven als ‘kathedralen van klanken’. Naast componist was Bruckner immers een meesterlijk organist, en de abrupte kleurschakelingen tussen strijkers, hout en koper die zijn symfonieën typeren, doen denken aan de manier waarop een organist registers inzet om klankeffecten te bereiken. Precies daarom lijkt Bruckners muziek geen reis in de tijd, maar komt ze over als een klinkend bouwwerk waar je omheen wandelt en geluidsbewegingen ervaart als lichtinvallen en textuurverschillen. Zijn Derde symfonie , opgedragen aan Wagner en aanvankelijk opgesierd met allerlei citaten uit diens opera’s, is een majestueuze constructie die uitpakt met gotische koperfanfares, weidse strijkerspanorama’s, wervelwinden en walspastiches. Toen de symfonie voor het eerst klonk, schreef een criticus: ‘het werk is een visioen, alsof Beethovens Negende met Wagners Walküre vriendschap sluit en daarna onder hoefgetrappel het leven laat’. Hoe vilein de recensie ook, Bruckners Derde trakteert de toeschouwer vast en zeker op een visioen, waarin kijken en luisteren in elkaar opgaan. Wie wil horen hoe Steffens de nagelnieuwe Elisabethzaal omtovert tot een reusachtig klanklichaam, noteert alvast 28 januari in de agenda. TJ

Za 28.01.2016 — 20:00
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
Karl-Heinz Steffens dirigent
Bartók Muziek voor strijkers, slagwerk en celesta
Bruckner Symfonie nr. 3
Tickets vanaf €25
infotickets

Categorieën:Verdieping

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s